Voorgedragen door Geert Siefken
Locatie ouderboom: 51.571338,4.791413
Sommige bomen plant je niet alleen voor de schaduw of de vrucht. Sommige bomen plant je om je leven aan vast te binden.
Veertig jaar geleden stond ik, als jongetje van vier, met vieze handen naast mijn opa Gerrit in de tuin van mijn ouderlijk huis. Mijn opa was een warme familieman, een echte knuffelopa. Samen drukten we een walnoot in de grond – geen grote gedachte erachter, gewoon kijken of het zou lukken. Maar het lukte. En hoe.
Die boom groeide. Langzaam, traag. Hij liet jaren op zich wachten voordat hij noten gaf. Maar toen het eenmaal zover was, vierden we het. We probeerden hem klein te houden – door te snoeien, te remmen, te sturen. Maar deze boom had net zo’n karakter als ikzelf: standvastig. Hij groeide waar hij stond.
Ik verliet het ouderlijk huis nooit. De boom werd mijn kompas. Thuiskomen betekende: hem weer zien, al van ver. Elk seizoen bracht hij iets: de bloei, het blad, de geur van noten. Zelfs mijn vader, Geert de tiende, klom op hoge leeftijd nog zelf in de boom om hem te snoeien – tot hij eruit viel. Sindsdien doen anderen dat werk.
Deze boom is een levende herinnering aan alles wat er bij dat huis is gebeurd. Liefde, verlies, groei. Toen ik met mijn vriendin ging samenwonen, moest ik de boom tijdelijk achterlaten – we hadden slechts een balkon. Maar zodra we een ‘grote mensenhuis’ hadden, plantten we een nieuwe walnoot, samen met mijn vader en mijn zoon. Zo begon opnieuw de kringloop.
Mijn vader is inmiddels overleden. Maar hij wist wat die nieuwe boom betekende: het doorgeven. Hij wist dat als hij er niet meer zou zijn, de boom er nog wel zou staan. Net als zijn vader er niet meer was, maar zijn zorg voortleefde in wat hij met mij geplant had.
Mijn zoon heet Casper Geert Willem. Hij is de eerste in elf generaties die niet als roepnaam ‘Geert’ draagt. Dat was een bewuste keuze, vooral van mijn vrouw. Ze wilde hem een eigen identiteit geven – geen “Geertje” in een lange rij. Maar we zeggen vaak lachend: “Gelukkig hebben we de Geert-boom nog.”
En dat is ook zo. Deze boom is voor mij geen boom meer. Hij is Geert. Hij is ons. En wat anderen ervan vinden? Dat maakt me eerlijk gezegd weinig uit. Het enige wat ik wil, is dat hij blijft. Dat er over honderd jaar nog een kind bij hem staat, en denkt: hier begon iets dat groter is dan ikzelf.
